Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Besoin, inaïKiue, défaut, pauvreté. Belioefte, gebrek, tremis, armoede. 2
je reviendrai. — Ne vous faites pas
attendre.
Quel, enfer! pas un moment à
soi! — Faites dire que vous n'y
êtes pas.
Les pantalons larges sont favora-
bles aux absents . . . ^ c'est bien
mieux mon fait.
Il est plus mal que jamais dans
ses affaires . . . toute la ville en
parle.
Il fait de mauvaises affaires ...
on murmure le mot de faillite.
Lui gêné ! . .. au contraire, il est
fort à son aise.
Il a fait trois fois faillite .. . mais
il revient toujours sur l'eau.
Mon père, ancien soldat, est dans
la détresse . . . devra-t-il tendre la
main ?
Ces dettes, c'est de l'ancien, du
très-ancien. — Eli bien! que ue les
payez-vous ?
Il me tarde bien de rentrer dans
mon argent. — Soyez sans crainte,
vous l'aurez.
Je n'ai pas un sou à ma dispo-
sition. . . que faire? . . . que devenir?
On vous dirait brouillé avec l'ar-
gent comptant. — Je crois bien !...
mon fils me mange un argent fou.
— Vous dites toujours plus qu'il
n'y a.
Ces négociants de province sont
un peu en arrière. — Tu dis bien
vrai.
l'oint d'arrière, point de retard!
c'est ma devise.
Les suffrages du public ne lui
feront jamais défaut dans ce role.
11 est arriéré de cent mille francs,
s'il faut en croire les bruits qui
courent.
Cette maison est de 100,000 francs
au-dessous de ses affaires.
tijd heb, zal ik toch terugkomen. —
Laat ons niet op u wachten.
Wat een leven! geen oogenblik
vrij! — Laat zeggen dat ge niet
thuis zijt.
Ruime broeken zijn welkom voor
magere beenen ... zij komen mij
veel beter te stade.
• Zijne zaken staan slechter dan
ooit. .. een ieder heeft er den mond
vol van.
Hij doet slechte zaken ... er wordt
zelfs van een bankroet gemompeld.
Zou 't bij hem aan geld hape-
ren ! ... hij zit er integendeel goed in.
Hij is reeds driemaal failliet ge-
weest, doch hij komt er altijd weêr
boven op.
Mijn vader, een gewezen soldaat,
verkeert in grooten nood . .. moet
hij gaan bedelen?
Dat zijn schulden van jaren her-
waarts. — Wel, waarom betaalt gij
ze dan niet?
Ik ben zeer verlangend mijn geld
terug te krijgen. — Bekommer u
daar niet om, gij zult het hebben.
Ik heb geen duit meer . . . wat
moet ik beginnen?
Het is alsof ge nooit bij kas zijt. —
Ik geloof het gaarne! . .. mijn zoon
kost mij razend veel geld. — Gij
overdrijft het altijd.
Deze kooplui uit de provincie zijn
niet met hun tijd meegegaan. — Ge
hebt volkomen gelijk.
(ieen schulden, geen achterstal-
lige betalingen ! zoo is mijn devies.
In deze rol kan hij onfeilbaar op
den algemeenen bijval rekenen.
Zoo men aan de loopende geruch-
ten geloof mag hechten, heeft hij
honderd duizend francs schuld.
Dit huis heeft een bankroet van
100,000 francs geslagen.
' Par euphémisme pour mollets.