Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fin, conclusion, dénonement.
Einde, besluit, ontknooping. 137
Encore quelques coups de pin-
ceau pour achever de le peindre.
Voilà de quoi l'achever.
Ce qui a achevé de renverser
mes idées c'est une lettre.
Achevez donc !
N'achevez pas, j'en ai trop en-
tendu.
A l'expiration du terme vous dé-
clarerez vos sentiments.
C'est comme un fait exprès. . .
adieu la délibération !
Soyez indulgent jusqu'au bout.
Vous n'êtes pas au bout ... ar-
mez-vous de patience.
Parlez seulement sans gêne, j'irai
jusqu'au bout.
Je vous suivrai jusqu'au bout du
monde, s'il le faut.
J'ai lu ce roman d'un bout à
l'autre ... il est fort intéressant.
Ah ! ça, morbleu ! finiras-tu ? ...
à la fin je perds patience.
Le pauvre diable !... Comme cela
lui a coupé la gaîté!
Prenez garde ! . .. vous allez me
pousser à bout.
Finissez ! ma patience est à bout.
Ce charlatan politique est à bout
de voies pour se refaire une popu-
larité.
Quel homme difficile à vivre ...
on ne sait par quel bout le prendre.
Au bout le bout ! prov.
Elle ne rit que du bout des
lèvres . . . c'est une gaîté factice.
Il y a un terme à tout.
Lundi est le terme de rigueur.
On a réservé cette pièce pour le
bouquet. i
' Pour la fin, comme étant ce qn'il y avait de mieux.
hoiiquel à un ensemble de pièces d'artifice qui partent toutes
un grand bouquet de feu.
Nog een paar penseelstreken om
zijn portret af te maken.
Dat zal hem geheel ten gronde
richten.
Een brief heeft ten slotte mijn
hoofd geheel in de war gebracht.
Maak er dan een einde aan!
Ga niet voort, ik heb er te veel
van gehoord.
Na afloop van den bepaalden tijd
zult gij uw gevoelens bloot leggen.
Dat schijnt met opzet te zijn ge-
daan ... nu is 't uit met de be-
raadslaging!
Wees toegevend tot aan het einde.
Gij zijt er nog niet.. . wapen u
met geduld.
Spreek zonder schroom, ik zal
tot het einde naar u luisteren.
Ik zal u, zoo noodig, tot aan het
einde der wereld volgen.
Ik heb dien roman van het begin
tot het einde gelezen .. . hij is zeer
belangwekkend.
Kom, duivels! houdt ge op! Ik
zou ten slotte 't geduld veriiezen.
Die arme drommel!... Wat heeft
hem dat zijn vreugde ontnomen!
Pas op! . . . gij zult mij tot het
mijn geduld is ten
uiterste drijven.
Houd op! ,
einde.
Deze politieke kwakzalver heeft
alle bronnen uitgeput om wederom
populair te worden.
Wat is 't moeielijk met dezen
mensch om te gaan! . .. men weet
niet hoe het met hem aan te leggen.
Als alles op is, is 't koken gedaan !
Zij lacht gedwongen ... 't is een
gemaakte vroolijkheid.
Aan alles komt een einde.
Maandag is de uiterste termijn.
Men heeft dit stuk voor het slot
bewaard.
Ou donne le nom de
à la fois et figurent