Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
Commencement, début.
Begin, debuut.
Nos actrices n'abordent cet em-
ploi que lorsqu'elles ont la soixan-
taine.
Avec lui c'est toujours à recom-
mencer.
Onze tooneelspeelsters gaan eerst
dan tot dit emplooi over, wanneer
zij de zestig bereikt hebben.
Met hem brengt men het nooit
tot een einde.
LXXI.
Fin, conclnsion, dénonement.
Tout a une fin.
11 fera tout pour arriver à ses
fins.
Il mènera cette entreprise à bonne
fin.
Avant la fin du jour il sera parti. i
Cela finira mal.
Avez-vous fini de lire?
C'est demain que la session finit.
J'ai bien su que cela finirait mal.
A force de vous rafraîchir vous
pourriez finir par vous échauffer.
Le service est-il fini?
Édouard, finissez !
Cela finira par devenir public.
Il a fait son temps.
Vous n'en finissez pas avec votre
toilette.
Plus de stratagème !... c'est fini
pour toujours.
C'est fini I ... je suis un homme
de génie.
Voilà qui est fini.
C'est à n'en plus finir.
Ils ont juré d'en finir avec la
république.
Achevez de boire.
Avez-vous achevé (de lire) ce ro-
man ?
Einde, besluit, ontknooping.
Aan alles komt een einde.
Hij zal alles doen om zijn doel
te bereiken.
Hij zal deze onderneming doen
welslagen.
Voor de dag verstreken is zal hij
vertrokken zijn.
Dat zal een slecht einde nemen.
Zijt gij klaar met lezen?
Morgen wordt de zitting geslo-
ten.
Ik wist wel dat deze zaak een
slecht einde zou nemen.
Wanneer ge u zóó verfrischt, zult
gij u ten slotte nog verhitten.
Is de kerk uit?
Houd op, Eduard!
Dat zal ten slotte bekend worden.
Hij heeft zijn tijd gehad.
Er komt geen einde aan uw toilet-
maken.
Geen list meer!... 't is voor
altijd uit.
Ik kan er niet meer aan twijfe«
len! ... ik ben een man van genie.
Geen woord meer daarover.
Daar wil geen einde aan ko-
men.
Zij hebben gezworen de republiek
ten onder te brengen.
Drink uit.
Hebt gij dezen roman uitgelezen?
') Le futur sert ici à formuler un ordre positif, irrévocable.