Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Cri, tapage, rumeur.
Geschreeuw, geraas, rumoer. 115
A-t-on jamais vu un blanc-bec
faire ainsi le tapageur?
Ou fait grand bruit de ce ma-
riage ... les mots de mésalliance
retentissent dans chaque salon.
Votre petite s'égosille à crier.
Voilà beaucoup de bruit pour
rien, en vérité!
On a mis les cabaleurs à la porte
. .. c'est bien fait.
Vous criez famine sur un tas de
blé, pauvre millionnaire que vous
ctes!
Heeft men een melkbaard ooit.
zulk een lawaai hooren maken?
Dit huwelijk baart veel opzien .,.
in de hocge kringen verheffen zich
stemmen over deze mesalliance.
Uw kleine schreeuwt zich schor.
Inderdaad, dat is veel gesclireeuw
en weinig wol!
Men lieeft den oproermakers de
deur gewezen ... dat is ferm.
Gij klaagt over gebrek bij den
grootsien overvloed, arme millionair
die ge zijt!
LXXX.
Brouillerie, désunion, guerre.
Je suis en délicatesse ^ avec lui.
Nous sommes brouillés à jamais.
Après dix ans de mariage me
traiter ainsi!
Bon ! ça va nous amener une
brouille.
On dirait qu'il a mis son bon-
net (le travers ^ fg.
Oh! le vilain homme! c'est ma
bête noire. — Tu le hais donc bien?
J'ai rompu de bonne amitié avec
elle.
Je le lui dirai à sa barbe, tant
je le crains peu.
C'est à bon droit que je me plains
de vous.
Je les ai chargés victorieusement
à coups d'épée.
C'est contre lui qu'il faut diriger
nos batteries.
Misverstand, oneeniglieid, oorlog.
Ik ben in oneenigheid met hem.
Wij zijn voor altijd met elkaar
in onmin.
Mij na een tienjarigen huwelijks-
tijd zoo te behandelen.
Ferm! dat zal aanleiding tot een
breuk geven.
Men zou zeggen dat hij met het
verkeerde been uit het bed is gestapt.
O! die akelige kerel! ik mag
hem niet luchten of zien. — Koes-
tert gij dan zulk een haat jegens
hem?
Ik heb in alle vriendschap met
haar gebroken.
Ik zal het hem in 't gezicht zeg-
gen. zoo weinig vrees ik hem.
Met alle recht en billijkheid be-
klaag ik mij over u.
Ik heb duchtig op den vijand
losgehouwen en ben overwinnaar ge-
bleven.
Tegen hem moeten wij onze krach-
ten richten.
1 Être en délicatesse avec quelqu^nn signifie à peu près la même chose ofi'être
en froid\ c'est pour ainsi dire la première phase des relations de plus en plus ten-
dues qui s'établissent entre personnes mécontentes l'une de l'autre, et dont le dernier
terme est une rupture définitive.
' Le désordre de l'esprit est symbolisé ici par le désordre de la coilfurc.