Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ressemblance, analogie.
Gelijkenis, overeenkomst. Ill
C'est à s'y méprendre.
11 a refusé !... cela lui ressemble
{ou le voilà) bien.
C'est son père tout craché.
Cette fille est coquette. . . elle
chasse de race.
Tel père, tel fils. prov.
Ils ont un air de famille.
Vous me jugez d'après vous.
C'est un tableau d'après Ilubens.
Oh! si tous les hommes vous res-
semblaient!
Eh ! bien oui, il est comme ça.
Nous avons dîné comme il faut,
je vous en réponds.
A le voir on reconnaît l'homme
comme il faut. — Son comme il
faut ^ manque de naturel.
Il est bête comme tout.
C'est tout comme un billet au
porteur... il n'y a rien à risquer.
Marié ou non marié, c'est tout
comme ... il faut des mœurs.
C'est une manière comme une
autre de se faire remarquer ... oh!
comme la vanité est ingénieuse !
Est-elle aimable? — Comme cela...
ses épigrammes blessent.
C'est comme ce jeune homme que
vous m'aviez recommandé.
Pas moyen d'attraper ta ressem-
blance.
Qui préfcre-t-elle, moi ou mon
sosie ?
Elle a un faux air de votre cousin.
Charmé qu'il soit parti! — Moi
aussi... un importun, un curieux!
Ah ! vous me faites trembler. —
Moi aussi... à quoi bon ces récits
lugubres ?
Aussi vrai que je suis pécheur. —
Men zou hen licht met elkaa-r ver-
wisselen.
Hij heeft geweigerd !... hieraan
herkent men hem.
Hij is 't evenbeeld zijns vaders.
Dat meisje is koket. .. het zit in
't bloed.
Zoo vader, zoo zoon.
Er is een familietrek in hun ge-
laat.
Gij beoordeelt mij naar u zeiven.
Dat is een schilderij naar Eubens.
O! waren slechts alle menschen
gelijk gij!
Welnu ja, zoo is hij nu eenmaal.
Wij hebben een uitmuntende tafel
gehad, dat verzeker ik u.
Aan zijn voorkomen herkent men
den beschaafden man. — Toch is
er iets gezochts in hem.
Hij kon niet dommer zijn.
Dat is even goed als een briefje aan
toonder... men waagt er niets bij.
Getrouwd of niet, 't is volmaakt
hetzelfde . .. men moet zich behoor-
lijk gedragen.
Dat is ook al een manier om zieh
te doen opmerken .. . wat is die ijdel-
heid toch vindingrijk!
Is zij beminnenswaardig? — Ta-
melijk .. . haar stekelige zetten zijn
kwetsend.
Dat is precies als met dit jong-
mensch, dat gij mij hadt aanbevolen.
Het is niet mogelijk u te treffen.
Wien heeft zij liever, mij of mijn
tegenvoeter ?
Zij gelijkt eenigszins op uw neef.
Ik ben blijde dat hij vertrokken
is. — Ik ook ... een lastig, nieuws-
gierig mensch !
Ha! gij doet mij sidderen. — Ik
beef er ook van . .. waartoe vertel-
len zij zulke sombere dingen?
Zoo waar als ik een zondaar
^ Le substantif comine il faut ne date guère que de l'an 1830.