Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
110 Découverte, divulgation.
Ontdekking, ruclitbaarheid.
Si une semblable nouvelle vient
à s'ébruiter, quel scandale ! . .. je
tremble d'y penser.
Welk een schandaal, wanneer
zulk een nieuws bekend wordt!...
ik beef reeds alleen bij het denk-
beeld daaraan.
LXXIV.
Exposition, démonstration.
On le montre au doigt, tant sa
conduite est scandaleuse.
La vie ne s'est jamais montrée à
lui qu'en toilette ... il n'en connaît
pas les haillons.
Ces Mémoires nous montrent
l'homme d'état en robe de chambre
(pu en déshabillé).
Vous ne pouvez vous faire voir
dans cet état... allez faire toilette.
Nous voilà logés à la même en-
seigne (fg.) pauvres tous deux.
Il a fait preuve d'une grande pré-
sence d'esprit.
Faites voir que vous avez du cœur.
Votre Majesté s'est fait connaître.
Cette mission m'a fait voir la
Suisse.
Votre cousine prend plaisir à
s'afficher . .. quel dommage!
Tentoonstelling, niteenzetting.
Hij wordt met den vinger nagewe-
zen, zoo schandelijk is zijn gedrag.
Hij heeft het leven nimmer dan
van eene gunstige zijde gezien . ..
de schaduwzij kent hij er niet van.
Deze gedenkschriften toonen ons
den staatsman in zijn ware gedaante.
Gij kunt zóó niet voor den dag
komen... ga u aankleeden.
Nu varen we in hetzelfde schuitje:
beiden zijn we arm.
Hij heeft bewijzen gegeven van
groote tegenwoordigheid van geest.
Toon dat gij moed hebt.
Uwe majesteit heeft zich bekend
gemaakt.
Bij deze zending zag ik Zwitser-
land.
Uwe nicht vindt er genoegen in
zich in opspraak te brengen . . . hoe
jammer!
LXXV.
Ressemblance, analogie.
Comment trouvez-vous ce por-
trait? — La ressemblance n'y est
pas ; et c'est tout.
Je me suis trompé à la ressem-
blance. — Quand on y voit mal,
on est tout excusé.
Est-ce que je vous ressemble en
beau ou en laid? — Ni l'un ni
l'autre.
Ils se ressemblent comme deux
gouttes d'eau.
Gelijkenis, overeenkomst.
Hoe bevalt u dit portret? — Ge-
lijkend is 't niet; en dat is toch de
hoofdzaak.
Door de gelijkenis heb ik mij ver-
gist. — Wie niet goed ziet, behoeft
geen verontschuldiging te maken.
Gelijk ik op u in 't mooie of het
leelijke? — In 't een noch in 't
ander.
Zij gelijken op elkaar als twee
droppelen water.