Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
Dépendance.
Afhankelijkheid.
a faite. — Qu'ai-je donc fait pour
me l'attirer?
Cette fortune n'est due qu'au mé-
rite personnel.
ven te wijten. — Waardoor heb ik
mij dit op den hals gebaald?
Dit fortuin is alleen de belooning
van persoonlijke verdienste.
LXX.
Écoulement du temps.
Comme ces six années ont passé
rapidement !
Tout passe dans ce monde .. .
beauté, richesse, santé.
Cela ne se passera pas comme
cela .. . vous m'en ferez raison.
La scène se passe à Paris.
11 se passe de jolies choses ici.—
Faut-il tout vous dire?
Tout s'est-il bien passé?
Savez-vous ce qui se passe en
moi? — Oui, je le vois, vous en
avez dans l'aile.
L'existence du flâneur est toute
en dehors; elle se passe au grand
jour.
Il faut bien que jeunesse se passe.
p'ov.
Il passe sa vie à faire anticham-
bre. — Et colle, dit-on, ses deux
oreilles contre la porte.
Tijdsverloop.
Wat zijn die zes jaren snel ver-
vlogen !
Alles vervliegt in de wereld...
schoonheid, rijkdom, gezondheid.
Dat zal zoo niet afloopen ... gij
zult er mij voldoening van geven.
De handeling heeft te Parijs
plaats.
Daar gebeuren hier mooie dingen.
— Moet ik ronduit spreken?
Is alles goed afgeloopen?
Weet ge wat er in mijn hart om-
gaat ? — Ja, ik zie het, gij zijt ver-
liefd.
De leeglooper brengt zijn leven
op straat door; een tehuis kent hij
niet.
De jeugd moet uitrazen.
Hij brengt zijn leven met op au-
diëntie gaan door. — En luistert,
naar men zegt, aan de deur.
LXXL
Événement, occurrence.
Vous est-il jamais arrivé de le
rencontrer?
11 ne m'arrive que des contre-
temps .. . c'est avoir du guignon. ^
Cela ne m'arrivera plus, vous pou-
Gebeurtenis, voorval.
Hebt gij hem ooit toevalligerwijze
ontmoet ?
Er vallen mij slechts teleurstel-
lingen te beurt... dan zijt ge een
ongeluksvogel.
Dat zal mij niet meer gebeuren,
» Guignon (proprement Scheelsucht des Glücks) vient de guigner ou regarder du
coin de l'œil, et doit son emploi à la croyance populaire du mauvais œil, aux malé-
fices que celle-ci attribue à certains regards en-dessous jetés par Penvie.