Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Soins, prévenances, attentions. Zorg, voorkoinendh., opmerkzaainli., 89
Il est aux petits soins avec elle. —
Histoire de s'auuiser!
Vous aviez sans doute des soins
plus importants.
Elle devrait mieux soigner ses
intonations.
C'était notre chevalier... à moi
surtout.
A l'abri de ton carrick que tu
avais étendu sur moi.
Tout le monde lui fait des avan-
ces.
C'est à votre choix.
Vous olfrirai-je mon bras? —
Vous ctes trop aimable ... je puis
aller seule.
Eaites-le par amour pour lui. —
Après tout, cela ne regarde que
moi.
Hij bewijst haar de meest kie-
sche oplettendheid. — Het is maar
gekheid !
Gij hadt ongetwijfeld wel wat
belangrijkers te behandelen.
Zij moest de tonen zorgvuldiger
aangeven.
Hij was onze cavalier... de mijne
in 't bijzonder.
Door uwen jas beschut, dien gij
over mij hadt uitgespreid.
Een ieder komt hem te gemoet.
Naar uw believen.
Mag ik u mijn arm aanbieden? —
Gij zijt wezenlijk te vriendelijk...
ik kan wel alleen gaan.
Doe het om zijnentwil. — Ove-
rigens gaat het mij alleen aan.
LXI.
Vie, existence, carrière.
Il fait cher vivre à Londres.
Elle vit de ses rentes... revenu
fort respectable.
Il ne travaille que pour vivre,
car il n'a rien à lui.
Je lui apprendrai à vivre ... il
a besoin d'être dégrossi.
Il faut être sur le qui-vive . . .
l'ennemi approche.
Ce sont des vive-la-joie, de vrais
paniers percés.
Nous n'avons pas trouvé âme
qui vive . . . solitude absolue!
Elle vit au jour le jour.
Elle ne connaît pas la vie du grand
monde . . . son inexpérience est com-
plète.
Vous savez faire vie qui dure ...
vous irez jusqu'à cent ans.
Il fait vivre sa mère.
Leven, bestaan, loopbaan.
Te Londen is het duur leven.
Zij leeft van haar renten, die heel
wat bedragen.
Hij werkt voor zijn brood, want
van zich zeiven heeft hij niets.
Ik zal hem mores leeren . . . hij
moet gepolijst worden.
Men moet op zijne hoede zijn . ..
de vijand nadert.
Dat zijn vroolijke Fransjes, echte
doorbrengers.
Wij hebben geen levende ziel
aangetroffen... een ware woestijn!
Zij leeft van den eenen dag op
den anderen.
Zij kent het leven der groote
wereld niet ... zij is geheel oner-
varen.
Gij weet uw gezondheid te spa-
ren ... gij kunt honderd jaar worden.
Hij onderhoudt zijue moeder.