Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
270 M. = . . X 90 M.
Voor elke jas is hij noodig
X 1 M = . . M.
17. Een handelaar betaalde voor 50 lammeren 400 gld.
Zoo vaak hij 50 gld. betaalt, kost elk lam . . gld.
400 gld. = . . 50 gld. .
Voor 1 lam betaalt hij . . X 1 gW. = . . gld.
18. Een jongen legt 740 centen op 20 gelijke hoopjes.
Zoo vaak er 20 centen zijn, komt op elk hoopje
. . cent.
740 centen = . . X 20 centen.
Op 1 hoopje komen . . X 1 cent == .. centen.
19. Een jongen legt 360 centen op 30 gelijke hoop-
jes. Hoeveel centen komen op elk hoopje?
20. Een vrouw gaf voor 50 centen 450 hazelnoten.
Hoeveel gaf zij voor 1 cent?
§ 16.
1. Hoe vaak kunt gij 11 afnemen van 66? van
99? van 44? van 88? van 22? van 55?
2.
1 X 11
2 X 11
3 X 11
4 X 11
5 X 11
6 X 11
7 X 11
8 X 11
9 X 11
10 X 1
20 X 1
30 X I
40 X 1
50 X 1
60 X 1
70 X 1
80 X 1
90 X 1