Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
37. 18 X 48 = 480 + . . = . .
13 X 52 = .. +.. = ..
11 X 74 = 12 X 82 =
19 X 39 = 16 X 28 =
38. Voor 1 brood ontvangt een bakker 18 centen.
Hoeveel ontvangt hij voor 18 zulke brooden?
39. In een huis zijn 18 ramen en in ieder raam
zitten 16 ruiten. Hoeveel ruiten zijn in dat huis?
40. Een H.L. haver weegt 58 K.G. Hoe zwaar zijn
dan 14 H.L. ?
DEELING.
§ 12.
1. De helft van 2 honderden =
J) » 3; 8 „
liet derde deel van 6 h. =
. „ J h. = . . 1
„ Vierde „ „ 8 h. =
2. 640 : 2 = (600 + 40) : 2 =
860 :2 = (.. + ..):2 = .. + .. = ..
390 : 3 =
840 : 4 =
Vier jongens deelen 480 centen, leder krijgt
.. c. :.. = .. c.
4. Voor 3 koeien gaf een koopman 360 gld. Voor
elk dier gaf hij ....
5. Een koopman verkocht van een lap laken, lang
460 M., de helft. Hij verkocht____