Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
4().
Trek
324
132
af:
903
211
707
314
809
222
625
343
47. Aan een boom hingen nog 376 apjjels; als er
182 appels waren afgewaaid, hoeveel hadden
er dan eerst aangehangen?
_ 186 = 825 = 6 = . .
48. 925
746
299 =
147 + 289 =
49. 246 van 815 = .
333 van 721 = .
50. 625 appels - 239 a. =
748 noten - 389 n. =
261 peren — 176 p. =
923 pennen — 438 p. =
51. Trek af:
625 924 376
138 296 128
831 - 183 =
118 van 203 =
439 van 934 =
a.
n.
P-
P-
417
218
836
748
52. Van 625 kooien waren 168 bedorven. Hoeveel
waren nog goed?
53. Een reiziger moest 365 H.M. afleggen. Toen hij
rust nam, had hij 182 H.M. afgelegd. Hoeveel
moest hij nog afleggen?
54. 900 - 146 = 800 - 256 = . .
600 ^ 283 = 700 - 344 = . .
200 - 168 = 500 - 192 . .
55. Van een partij tabak waren 174 balen door 't