Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
guldens en verkocht ze later voor 439 guldens.
Hoeveel heeft hij gewonnen ?
26. 5 H.L. 6 D.L. 8 L. - 2 H.L. 3 D.L. 4L. =
. . L. - . . L. = .. L.
8 H.M. 7 D.M. 9 M. - 3 H.M. 6 D.M. 5 M. =
27. In een spijkerbak waren 246 spijkers. De tim-
merman doet er 437 spijkers bij. Hoeveel waren
er toen ?
28. Van 749 koolplanten waren 216 planten bevro-
ren. Hoeveel waren nog bruikbaar?
29. Trek af:
673 869 764 219 376 555
261 425 132 106 124 321
30. Een huis met tuintje wordt verkocht voor 978
guldens. Indien het tuintje 165 guldens waard
is, wat kost dan het huis?
1. 12 t. 3e. - 5e. = .. t. 13e. - 5e. = . . t. 8e.
29 t. 4e. - 8e
43 t. Ie. - 7e
58 t. 2e. - 6e
2. 623 - 7 =
213 - 8 =
292 - 8 =
723 - 6 =
= .. t. 14e. — 8e. = . . t.
815
142
576
324
- 9 =
- 6 =
_ 9 =
- 8 =
3. Een jongen gaf van 118 centen 9 centen uit.
Hij hield over . . c. — . . c. = . . c.