Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
4. Van 800 cent geeft moeder 5 gulden uit, dan
heeft zij nog..... c.
5. 400 L. - 200 L. = . . L.
300 gld. - 200 gld. = . . gld.
6. 6 honderden 7 tienen — 2 honderden = . . h. . . t..
3 h. 3 t. - 5 h. = . . h. . . t.
7. 740 appels — 200 appels = . . a.
960 centen — 300 centen = . . c.
370 noten — 200 noten = . . n.
850 peren — 500 peren = . . p.
8. Van 1 rijksdaalder wordt 1 gulden afgenomen,
dan blijven er over.....c.
9. Van 640 L. rogge verbruikt een bakker in een
week 4 H.L., dan heeft hij nog.....L.
10. Als ik 100 neem van 360, rest er . .
, „ 200 „ , 770, „ „ ..
„ „ 300 „ „ 390, „ „ . .
11. 465 - 300 = . . 666 - 400 = ..
327 - 200 = . . 119 - . . = 19.
.. — 300 = 429 .. — 200 = 718.
219 _ 100 = . . 849 — . . ^ 549.
. . - 200 = 628 . . - 500 = 412.
12. Van 379 steenen gebruikt een metselaar 200,
dan heeft hij nog . . st. — = . . st.
13. Bij mijn centen kreeg ik een gulden. Toen had
ik 528 centen. Hoeveel centen had ik eerst?
/
14. Van mijn vliegertouw, lang 267 M., sneed vader
1 H.M. Hoeveel bleef er over?