Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
33. Op een stoomboot waren 268 mannen en 179
vrouwen. Hoeveel menschen waren op die boot?
34. 128 + 176 + 218 =
316 + 149 =
168 + 428 =
125 + 318 =
323 + 111 + 487 =
+ 169 =
219
168
96
107
35. Een
291
bierhandelaar heeft 3 vaten bier; in het
eerste zijn 218 L., in het tweede 197 L. en in
het derde 215 L. Hoeveel L. zijn in die 3
vaten samen?
36. In mijn eerste rekenboekje stonden 368 sommen
en in mijn tweede 449 sommen. In beide boek-
jes staan met elkander......s.
37. Tel op:
318 476 325 417
246 219 269 149
149 168 349 268
38. In een kerk waren 218 mannen, 199 vrouwen
en 75 kinderen. Hoeveel menschen waren in
die kerk?
39. 218 + 129 + 315 + 68 = . .
148 + 614 + 29 + 51 = . .
40. 2 rijksd. + 2 gld. + 2 kwartj. + 2 dubb. =
.. c. + . . c. + .. e. + .. e. = . . c.
41. Een graankoopman ontving op Maandag 217
H.L., op Dinsdag 318 H.L. en op Donderdag