Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
23. In een bosch stonden 378 boomen; als er nog
269 bijgeplant worden, hoeveel boomen staan
er dan ?
24. Op een tentoonsteUing waren 429 mannen en
378 vrouwen. Door hoeveel personen was die
tentoonsteUing bezocht ?
25. Een winkelier ontvangt 2 balen rijst; de eerste
weegt 198 K.G. en de tweede 209 K.G. Beide
balen wegen samen.....K.G.
26. Een wijnhandelaar verkocht eerst 318 L. wijn
en later nog 269 L. Hij verkocht te zamen . . . . L.
27. Voor een paard geeft een boer 375 gld. en voor
een koe 147 gld. Hoeveel betaalt hij voor beide
dieren te zamen?
28. 126 + 218 197 = 277 + 99 + 305 =
626 + 86 + 7 = 311 + 129 + 88 =
226 + 209 + 191 = 119 + 268 + 174 =
29. Vader kocht onlangs 2 pakken spijkers. In
't eerste waren 375 en in 't tweede 475 spijkers.
Hoeveel kocht vader dan wel?
30. Na een storm stonden in een bosch nog 368
boomen. Er waren 232 omgewaaid. Hoeveel
boomen stonden er voor den storm?
31. Tel op:
368 728 436 629 427
249 159 387 169 296
32. Van onze schuur zijn. 379 pannen afgewaaid en
van ons huis 439. Hoeveel pannen misten wij dan?