Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
378 + 140 = . . 40 = . .
279 4 450 = . . + 50 = . .
713 + 170 = . . + 70 = . .
13. Een boer kocht een paard voor 379 guldens en
een koe voor 170 guldens. Hij moest betalen ....
14. In een zak waren 226 guldens en 19 gouden
tientjes. Hoeveel gulden is dat samen waard?
15. Moeder haalde voor 1 gld. 19 centen suiker en
voor 1 gld. 40 centen thee. Wat moest zij
betalen ?
16. 218 + 146 = . . + 46 = . . + 6 = ..
319 -f 254 = . . + 54 = . . + 4 = . .
728 + 119 = 278 + 1,12 =
17. 417 appels + 256 appels = . . a.
816 noten + 128 noten = . . n.
456 peren + 338 peren = . . p.
18. Op een dorp wonen 429 mannen en 439 vrou-
wen. Op dat dorp wonen . . menschen + . .
menschen = . . m.
19. Een koopman ontvangt 417 flesschen. Hij had
nog 328 flesschen. Dan heeft hij . fl. + . fl. = . . fl.
20. Een grutter verkocht de vorige week 216 L.
gort en deze week 109 L. Hoeveel heeft hij
verkocht in die beide weken?
21. 128 + 294 = . . + 94 = . . + 4 = . .
725 + 168 = 226 + 378 =
228 + 569 = 317 + 426 =
22. Een boer heeft aan zijn vee eerst gegeven 368
lijnkoeken en toen nog 490 ; die boer gaf aan
zijn vee . . lijnk. . . lijnk. =. . lijnk.