Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
zullen 89 jonge boompjes worden bijgeplant.
Hoeveel boomen komen er dan?
37. Nadat ik 95 centen voor een nieuwe pet uit
mijn spaarpot heb genomen, zijn er nog 328 c.
in. Hoeveel centen waren er eerst in?
38. Een landbouwer verkocht voor 176 guldeas
rogge en voor 82 guldens haver. Hoeveel kon
hij ontvangen?
89. 76 - 29 = 3 X 28 = 76 : 4 =
58 + 36 = , 4 X 23 = 98 : 2 =
81 - 87 = 6 X 14 = 88 : 8 =
92 - 45 = 2 X 47 = 69 : 3 =
40. Een slager verkocht op een dag 149 K.G. rund-
vleesch en 76 K.G. vet. Hoeveel K.G. verkocht
hij met elkander?
§ 6.
1. CCCC + CCC = .;
CCCCC + CCCC = ..
2 honderden + 5 honderden = . . h.
6 h. + 8 h. = .. h.
2. 400 centen + 800 centen = . . c.
500 meters + 400 meters = . . m.
100 + 200 + 300 = ..
800 + 100 + .. = 800
200 + 200 + 200 = . .
. . + 200 + 800 = 900
8. 2 H.M. + 6 H.M. = .. M. + . . M. = .. M.
4 H.L. + 3 H.L. = . . L. -f .. L. = .. L.
7 gld. -f- 1 gld. = .. c. -f . . c. = .. c.