Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
17. 270 + 60 = 840 + 90 =
550 + 70 = 670 + 80 =
380 + 40 = 490 + 90 =
18. Bij 250 centen kreeg ik nog 8 dubbeltjes. Hoe-
veel centen was ik toen rijk?
19. Van een eind touw sneed vader 9 D.M. af.
Het overblijvende eind was toen 360 M. lang.
Hoe lang was dat touw eerst?
20. 360 L. + 7 D.L. = . . L. + . . L. = . . L.
790 M. + 4 D.M. = . . M. + . . M. = . . M.
21. 14 t. 3 e. + 8 t. = . . t. . . e. \
29 t. 6 e. + 6 t. =:
35 t. 7 e. + 9 t. =
22. 269 centen + 70 c. = . . c.
148 noten + 80 n. = . . n.
479 pennen + 60 p. = . . p.
648 L. + 70 L. = . . L.
486 M. + 50 M. = . . M.
23. Een boer koopt een paard en een koe. Voor
de koe geeft hij 159 guldens. Het paard is 60
guldens duurder. Wat kost het paard?
24. Iemand koopt een huis voor 736 guldens, maar
moet bovendien nog 50 guldens betalen. Wat
geeft hij dus voor het huis?
25. Een rijksontvanger had ontvangen 876 guldens.
Later bracht iemand hem nog 80 guldens. Hoe-
veel had hij toen ontvangen?
26. 246 -f 87 = . . -f 7 = . .
316 -f 85 = . . + 5 = . .
749 + 94 = 289 + 48 =