Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
knechten. Als er toen 8 wegens ziekte niet
waren, hoeveel hadden er dan kunnen zijn?
8. 415 M. + .. M. = 422 M.
248 M. + . . M. = 257 M.
326 M. + . . M. = 334 M.
717 L. 4- . . L. = 726 L.
215 c. 4- . . c. = 223 c.
402 g. 4- . . g. = 411 g.
9. Voeg 9 bij 346, dan krijgt gij . .
„ 8 „ 447, „ „ „ ..
„ 7 „ 929, „ „ » ■ •
10. In een dorp stonden 239 huizen; als er nog 8
huizen bij gebouwd worden, dan staan er ... h.
11. 346 4- 52 = 396 4- 2 = ..
734 4- 48 = . . +..= ..
918 4- 29 = 626 4- 49 =
347 4- 38 = 129 + 59 =
12. Een fruitvrouw verkocht 39 noten; als zij nu
nog 118 noten overhield, dan had zij . . n.
4- . . n. = . . n.
13. Bij 826 centen doe ik nog 85 c., dan zijn er ... c.
14. Tel op:
826 appels. 629 centen. 413
49 „ _58_^ ^
. . a. . . c.
15. Voor een straat gebruikt een timmerman 428
steenen. Hij houdt 49 steenen over. Hij had
bij zich......st.
16. 14 tienen 4- 7 t. = . . t.
29 „ 4- 4 t. = . . t.
36 . + 9 t. = . . t.