Boekgegevens
Titel: De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Deel: 2e stukje Getallen tot 1000
Auteur: Ploeg, J. van der
Uitgave: De Rijp: J.W. van Raven, 1894
2e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7227
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201629
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De hoofdregels: eenvoudige oefeningen voor het mondeling en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
38. Eerst kregen wij 69 manden turf en later nog
79 manden. Hoeveel kregen wij met elkander?
39. Op een rekening werd eerst 86 gulden betaald
en later nog 67 gulden. Hoeveel werd er in
het geheel betaald?
40. 69 + 76 = 84 + 96 : : 3 =
42 + .. = 91 + 49 48 : : 4 =
36 + 88 = . . + 27 75 : ; 5 =
.. + 51 = 56 + 68 90 : : 6 -
§ 5.
1. 124 ap. + 9 ap. = . . app. 356 -f 8 =
156 c. + 8 c. = . . c. 726 + 5 =
236 pr. -f- 9 pr. = . . pruim. 937 + 8 =
2. Bij 317 centen voeg ik nog 8 centen, dan zijn
er . . c. + . . c. = . . c.
3. 319 + 8 = 404 + 8 =
726 + 9 = 615 4- 9 =
288 + 6 = 435 + 1 =
4. In een bosch staan 339 boomen. De tuinman
zal er nog 8 boomen bijplanten. Hoeveel staan
er dan?
5. Uit een vat worden 9 L. uitgenomen. Nu zijn
er nog 21 7 L. in. Hoeveel L. waren er eerst in?
6. Van een lap katoen sneed een koopman 9 M.;
als er nu 168 M. overbleven, dan was de lap
lang .... M.
7. Op een zekeren dag waren in een fabriek 217