Boekgegevens
Titel: Leesoefeningen voor kinderen volgens de leerwijze van den heer P.J. Prinsen
Deel: Vijfde stukje
Auteur: Picard, H.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7203
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201621
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesoefeningen voor kinderen volgens de leerwijze van den heer P.J. Prinsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
26.
Als gy we-der-go-bo'ren zijt, ault gij uit Het ïtart lid'
den i te vo-ren dcedt gy slechts een ge-hed met den mond}
gij zei-det slechts een paar wooi'-den, die va-der of moe-der
u gefleerd had-denj maar als gij een nieuw hart hebt» dan
zult gij zeg-gen: Uee-re! ik kan niet bid-den, leer mij
bidrden; en als die woor-den uit het hart ko-men, dan zal
de Uee-re Je-zus u lee-ren bid-den; want Uij zal u den
geest des ge^beds ge-ven. God hoort het ge-bed niet, zoo
het niet üii het hart ko7nt.
27.
Nog meer; dan zult gij niets lie-ver hoo-ren
Ie zen als den Bij-bel; en als gij le zen kunt,
dan zult gij zelf niets lie-ver le-zen, dan Gods
Woord; 0, vrat zou dat ge-luk-kig voor u zijn,
als de Hee-re God u zulk een hart gaf. Ja, zult
gij zeg-gen, ho-nig is nog zoo zoet niet, als het
Bij-bel-woord. Ook dan zult gij veel hou-den
van de men-schen, die u veel kun-nen ver-tel*
len van dien lie-ven Heer Je-zus, en gij zult
gaar-ne bij kin-de-ren zijn, die ook dien Heer
lief keb-ben. Dan zingt gij: