Boekgegevens
Titel: Leesoefeningen voor kinderen volgens de leerwijze van den heer P.J. Prinsen
Deel: Vijfde stukje
Auteur: Picard, H.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7203
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201621
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesoefeningen voor kinderen volgens de leerwijze van den heer P.J. Prinsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
17.
Ver-gcet het nooit, mijn kind, dat de Uee-re God u al-
tijd liet. Bc-dcjik het steeds, dat zijn oog op u is, en dat
Uij u tot in het bin^nen-ste van uw hart kent; en dat God
u nog al-tijd goed doet, hoe-Trel gij zoo boos zijt. Hij geeft
u Toed-sel, klee-de-ren, goe-de ou-ders en mecs-lers, om u
te lee-ren. O, hoe be-droefd moeiit gij dus niet lijn o-ver
uw zon-den l
Gods qf'/era Mjn een gansch ver-hro-ken gee$ty
Door schuld-he-sef ge-trof-/en en ver-sla-gen^
Dit of-fer kan V Dei-lig oog he-ha^gen^
*i Is nooit y 0 God! van V verdacht ge-weest.
18.
Nu, raijn kindi let op. God is hei-lig; Hij kan
het kwaad niet aan-schou-wen. Hij haat de zon-de;"
daar-om moet het kind ook de zon-de ha-ten. Hij
moet een af-keer heb-ben van kwaad te doen. Ik
heb u reeds gez-cgd, dat door do zon-de de dood in
d« w6-reld is ge-ko-men; dal was de straf, die op de