Boekgegevens
Titel: Leesoefeningen voor kinderen volgens de leerwijze van den heer P.J. Prinsen
Deel: Vijfde stukje
Auteur: Picard, H.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7203
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201621
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesoefeningen voor kinderen volgens de leerwijze van den heer P.J. Prinsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
mi-gen ne-men die prent,
of hel speel-goed stil >Yeg,
en ste-Ien. Ik bid den
Heer, dat Hij u be-wa-ren
zal voor zul-ke din-gen.
Uto liart zal nim-mer iets he-gee-ren,
Van al-les wat uws naas-ten is /
Vw ziel zal^ als uw mond^ God ee-ren^
En hou-den Zyn ge-tui-ge-iiis!
12.
God heeft ons be-kend ge-inaakt, wal in zijn
oog goed is; dat heeft Hij ge-daan in Zijne wet.
En wie weet goed te doen, en niet doet, dien is
het /zon-de. En wat eischt de Hee-re God van u,
mijn kind? Hij eischt van u, dat gij Hem zult
lief-heb-ben en vree-zen. Gij hebt va-der en moe-
der lief, niet waar? Want gij zijt gaar-ne bij hen,
gij spreekt al-lijd met eer-bied van hen; gij wilt
niet, dat men iels kwaads van hen zegt. Hebt gij
ook den Hee-re al-zoo Hef? Zoo niet; dan moet gij
veel op uw knie-tjes bid-den, als nie-mand u ziet