Boekgegevens
Titel: Uit de portefeuille: leesboek voor de lagere school (het negende der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1890
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7061
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201561
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit de portefeuille: leesboek voor de lagere school (het negende der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
straf hem zelf te wreed voor, kan de Koning de straf, door
den rechter opgelegd, opheffen of wijzigen.
En hiermee, jongens, geloof ik nu genoeg gezegd te
hebben, om je te doen zien, dat de koninklijke waardig-
heid in ons land niet alleen gewichtig, maar ook inder-
daad verheven is. Het geëerbiedigde Hoofd van onzen
Staat, verheven boven alle partijschappen, heeft de bevoegd-
heid , om in alle zaken van gewicht Zijne meening te
doen gelden. Aan Hem behoort de schoone taak, het waar-
achtig belang van het Vaderland, het geluk en de wel-
vaart van Zijn Volk, door een wijs bestuur te bevorderen.
Wel mogen we ons dus verheugen in het bezit van een
vorst, die zulk een schoone, maar moeielijke taak reeds
zoo lang met eere mocht vervullen. En nemen we nu
hierbij nog in aanmerking, hoe het Nederlandsche volk,
door banden van dankbaarheid en dure verplichting, aan
het Huis van Oranje, aan zijnen Koning verbonden is, dan
gevoelen we het eerst, hoeveel reden we hebben, om ons
te* verheugen in het voorrecht, dat in Mei van het volgende
jaar onzen derden Willem en ons zelf te wachten staat."
Zoo sprak oom en 't was den jongens, en (Jato niet
minder, aan te zien, dat ze hun goed deden, die woorden.
Karei drukte oom de hand en bedankte hem, v.oor wat
hij dien avond van hem had gehoord. Willem bedacht zich
nog een poosje en zei toen: „Mag ik wat vragen, oom?"
c*