Boekgegevens
Titel: Uit de portefeuille: leesboek voor de lagere school (het negende der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1890
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7061
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201561
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit de portefeuille: leesboek voor de lagere school (het negende der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
volgens de Grondwet binnen 40 dagen nieuwe vertegen-
woordigers worden gekozen.
Dat onze Koning wetten helpt vaststellen en dat Hem de
uitvoering van die wetten is opgedragen, heb ik u reeds gezegd.
De Koning heeft ook het opperbestuur over de bui-
tenlandsche betrekkingen, over de zee- en landmacht, over
de koloniën en over de algemeenc geldmiddelen van het
rijk. Volgens dit recht verklaart Hij oorlog en sluit vrede,
benoemt de gezanten en consuls en roept zo terug, beschikt
over het leger en de vloot en regelt de bezoldiging van
alle ambtenaren, die uit 's lands kas betaald worden.
Onze Koning heeft verder het recht van de munt, dat
is, dat Hij Zijn naam of beeltenis op de muntspeciën mag
doen stempelen. Vervolgens is het Hem vergund brieven
van adeldom en ridderorden te verleenen.
Het laatste recht, door de Grondwet aan onzen Koning
toegekend, is zeker wel het schoonste van alle. Dit recht
is het recht van gratie. Zooals ge allen wel weet, zijn
er bij de wet tegen verschillende misdrijven straffen be-
dreigd , die door de rechters op hen, die de wet overtreden,
worden toegepast. De wet echter kan niet in alle geval-
len voorzien en zoo kan het wel eens gebeuren, dat oj)
zeker misdrijf eene straf is gesteld, die in een bijzonder
geval wat al te hard zou wezen. In zulk een geval, waarin
de rechter verplicht is de wet toe te passen, al komt de