Boekgegevens
Titel: Uit de portefeuille: leesboek voor de lagere school (het negende der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1890
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7061
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201561
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit de portefeuille: leesboek voor de lagere school (het negende der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
vader van Willem was reeds sedert lang overleden , en daar
zijne moeder tamelijk klein behuisd was, proKteerde hij
minder van 't gezelschap van oom Albert dan Karei en
Cato. En de jongens waren dolgraag bij oom Albert.
Geen mensch, die prettiger met hen kon stoeien en lachen
en jool maken; geen mensch, die beter met hen wist te
redeneeren; niemand, die zooveel vertellingen in zijne
doos had als hij.
Wat wonder dus, dat de jongens oom Albert telkens
weer met blijdschap zagen komen en zeer ongaarne lieten
vertrekken. Wat wonder ook, dat 4fap©l ziclT nu weer
gehaast had, om zoo spoedig maar eenigszins mogelijk was ,
in zijn gezelschap te zijn. Toch had hij oom niet gevon-
den, toen hij bij Karei kwam. Neef en nicht waren
alleen in de binnenkamer. Na aHoop van 't middagmaal
was vader, die dokter was, nog een paar visites gaan ma-
ken. Moeder had boven wat te beredderen, en oom Albert
deed een middagdutje. Daar was hij, sedert hij buiten
woonde, aan gewend en die gewoonte liet hjj niet gemak-
kelijk varon. Ofschoon oen weinig teleurgesteld, had Wil-
lem zich evenwel spoedig laten overhalen, om in afwach-
ting dat oom Albert binnenkwam, een partijtje te schaken,
terwijl Cato het boek ter hand had genomen, dat ze altijd
veel te laat kreeg naar haar zin.
We vinden nu ons drietal bozig. Geen van hen spreekt