Boekgegevens
Titel: Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1899
9e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7058
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201559
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
Karei en Marie wel zeggen, als zij u daar vinden?"
Terwyl zij zoo zat, schoot haar plotseling in de
gedachten, dat haar zuster en haar broertje, even-
min als zij zelf, zouden weten, waaraan het
duifje gestorven was. Het zou toch beter zijn, dacht
zij verder, als iedereen het wist. „Weet je wat,
ik zal dit roode bandje vast om zijn hals binden, dan
denken zij allen, dat het beestje geworgd is." Zooge-
zegd, zoo gedaan. Maar toen nu de andere kinderen
het beestje zagen, waren zij, zooals gij begrijpen kunt,
zeer bedroefd, en Karei zei, dat hij wel wist, wie
dat gedaan had, en dat hij het aan Vader zou zeggen.
Daarop liep Karei naar Vader en zeide: „Vader,
nu heeft die leelijke kindermeid ons arm duifje
dood gemaakt!" „Hoe weet gij dat, Karei?" vroeg
Vader. „Wel," zeide Karei, „die meid was altijd
boos op ons duifje, als het ons naliep, omdat het
de kamer zoo vuil maakte; en nu is het beestje
geworgd; zie maar! het roode bandje zit nog om
zijn hals." „Maar hebt gij dan gezien, dat de kinder-
meid dat gedaan heeft ?" vroeg Vader alweder. „Neen
Vader," zei Karei, „maar dat kan men wel begrypen,
omdat zij altijd zoo boos op het lieve beestje was."