Boekgegevens
Titel: Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1899
9e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7058
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201559
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
En toen had Willem den knecht het raam uit-
gesmeten. Dat had Jetje gezien. En dat was nu
de heele zaak Toen Mina het hoorde, moest zij
er zelf om lachen. Zij liep gauw naar haar vrien-
dinnetje, om te vertellen, hoe zy zich vergist had.
Zij had gemeend, dat Jetje Arie den bouwknecht
bedoelde. De twee vriendinnen hadden braaf schik
over dat dwaze misverstand. En alles was natuurlyk
dadelijk vergeten en vergeven.
De knaap en de eend.
„Eendje, och, zeg eens, hoeveel kleintjes
Heb je daar wel, beste maat?
Och wat zijn ze net en reintjes;
Stil maar beestjes, 'k doe geen kwaad."
„Knaapje-lief! ik kan niet tellen;
'k Heb nooit, zoo als gij, geleerd.
Maar ik durf je wel voorspellen:
Zwom er eentje maar verkeerd.
Ergens in een vreemden vijver,
'k Zou 't wel merken, kameraad!
'k Waarschuw ied'ren eendendrijver:
„ „Doe mijn kleintjes maar geen kwaad!" "