Boekgegevens
Titel: Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1899
9e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7058
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201559
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
schrikte er van, zoo boos als het bijtje was.
Eindelijk zei hij: „Och bijtje, wees nu niet zoo
erg boos; laat mij maar een poosje hier op deze
roos zitten! Ik doe immers niemand kwaad en ik
beloof u, dat ik de andere bloemen met rust zal
laten. En dan, ik heb het wel degelijk gevraagd,
om in dezen tuin te komen; gisteren nog aan uw
koningin en die heeft mij verlof gegeven."
Wist gij wel, mijn vriendjes, dat de bijtjes een
koningin hebben? Niet? Vraag er dan den mees-
ter eens naar; dan zal hij u, wed ik, nog heel
wat moois van de bijtjes vertellen, dat ge nog niet
weet.
Ons vlindertje dacht zeker, dat het bijtje hem
nu wel met rust zou laten. Maar neen: „Vlinder,
gy liegt!" was het antwoord van het bijtje. „Gij
hebt gisteren niets aan onze koningin gevraagd,
want zij is ziek, en daarom moet ik de wacht
houden in den tuin. Je moest je schamen, vlinder,
om zoo te liegen: je ziet er zoo onnoozel uit,
maar nu zie ik eens, dat je niet te vertrouwen
bent."
De vlinder werd erg beschaamd, toen het bijtje
zoo sprak; want hij had wezenlijk gelogen.