Boekgegevens
Titel: Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1899
9e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7058
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201559
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
Gij weet toch wel, wat een kettinghond is? Die
heeft geen erg prettig leven. Dag en nacht moet
hij huis en hof bewaken, om te waarschuwen, als
er dieven komen, om te stelen.
Nu, zooals ik daar zeide, de kettinghond lag
voor de deur van zijn huis, en knabbelde aan zijn
been; toen kwam Fikje, met zijn schoone, zwarte,
glanzige haren en heldere oogen, en wilde met den
kettinghond een praatje maken, schoon hij wel wist,
dat Nero niet graag gestoord werd, als hij aan 't
maal zat.
„Dag Nero!" sprak Fik, „smaakt het goed?"
„Goeden dag, Fikje," antwoordde Nero, „wat wil
je, vriendje? Een beetje gauw hoor, want ik moet
eten, ik heb niet veel tijd."
„Toe maar! toe maar!'.' zei Fik, „je praat, alsof
je een groot heer bent! je hoeft zoo grootsch niet
te wezen! je bent maar een kettinghond!"
„Fikje, Fikje, pas op! Maak me niet kwaad,
hoor! of ik zal je mores leeren, wat je niet gauw
vergeten zult! ^^Éjkdenk je wel? Jij bent een dier,
dat volstrekt geOTpmt doet. Een stok uit het water
halen en op je achterpooten dansen, dat is alles,
wat je kunt. Ali^ ik er niet was, dan hadden de