Boekgegevens
Titel: Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1899
9e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7058
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201559
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
spelen, als hij. Altijd weet hij wat nieuws en wat
aardigs te verzinnen. Versjes kent hij, o zoo veel!
En vertellingen! Gij hebt nooit zooveel en zulke
aardige vertelsels gehoord, als hij ons kan verha-
len. En dan kan hij zoo grappig met ons stoeien!
Verleden week nog. O, o, wat hebben wy toen
gelachen. Wij waren juist met ons drieën alleen
in de kamer. Daar kwam Oom binnen. „Zoo, jongens",
zei hij, „ben jelui daar? Mag ik meespelen?"
Nu, dat was ook een vraag. Oom weet wel,
hoeveel plezier wij dan hebben. Wij waren dus
al gauw aan den gang. Ik haalde de trommel en
de sabel en het geweer uit de kast. En toen
speelden wij soldaatje. Eerst was oom Frans offi-
cier. Maar later moest hij tamboer wezen. En toen
sloeg hij er op los, dat ons hooren en zien ver-
ging. Maar na een poosje vroeg ik: „Oom, mag
ik nu eens dragonder wezen?"
„Jawel, jongen," zei Oom, „ga je gang maar."
„Maar ik heb geen paard. Oom!" riep ik. „O,
jou schelm," lachte Oom en dreigde mij met den
vinger. „Moet ik soms voor paard spelen?" „Hè ja,
'Oom," riepen Mina en Kareltje te gelijk. „Wees u
eens paard." En het duurde niet lang, of ik zat