Boekgegevens
Titel: Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1899
9e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7058
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201559
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
Maar zijn neefjes begonnen hem uit te lachen en
zeiden, dat die gouden noten niet deugden.
„Niet? dat zult ge eens zien," riep Cornelis, en
hij begon spoedig een noot te kraken; maar o, wee!
de noot was hol. Gij hadt eens moeten zien, wat
een gezicht die arme Cornelis zette. Hij kraakte
nu de andere noot; maar die was ook hol. Nu
begon Keesje te schreien en sprak: „Wie kon ook
denken, dat die mooie noten hol waren!" Maar
zijn oom zeide: „Het is uw eigen schuld, maatje,
ik heb u immers gezegd, dat die gouden noten
niet deugden. Die noten groeien niet aan den boom.
Het zijn maar doppen van andere noten; die heb
ik op elkander gelijmd, met goudpapier beplakt
en in den boom opgehangen. Onthoud dit maar,
maatje! Alles wat mooi is, is daarom nog niet
goed."
Zoo vertelde de vader van Frans, en Frans vroeg
nooit meer om een gouden pil, en als hij gaarne
iets hebben wou, vroeg hij voortaan altijd eerst:
„Vader! zou dat goed zijn?"