Boekgegevens
Titel: Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1899
9e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7058
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201559
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
pillen zag, vroeg hij: „Vader! mag ik zoo'n pil?"
Was Frans dan ook ziek? Wel neen. — Maar weet
gij, waarom hij zoo graag zulk een pil hebben wou?
—^Het waren gouden pillen. Hebt gij die wel eens
gezien ?
De vader van Frans lachte en sprak: „Maar Frans,
wat zoudt ge nu aan zulk een pil hebben ? Die is niet
goed voor u en smaakt erg bitter. Gij moet niet alles
willen hebben, wat er mooi uitziet. Kom maar liever
eens bij mij zitten, dan zal ik u wat vertellen; dat
is wat beter dan een mooie gouden pil, die erg
bitter smaakt." Dat deed Frans graag; want Vader
kon altijd zoo aardig vertellen. En nu deed hij het
nog liever, want hij merkte wel, dat Vader wat beter
was. Hij zette een stoel bij het bed en luisterde toe.
„Daar was eens een jongetje," zoo vertelde de
vader, „die ook graag alles hebben wou, wat er
mooi uitzag. Hij heette Cornelis. Eens was hij bij
zijn oom, die buiten woonde, en speelde met zijn
neefjes in den tuin. In dien tuin stonden allerlei
boomen: appelboomen, pereboomen, pruimeboomen
en ook een noteboom.
Aan dien noteboom hingen ook gouden no.^n.
Was dat niet vreemd ?