Boekgegevens
Titel: Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1899
9e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7058
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201559
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Waar zijn ze dan? Ik zie ze nergens. Och, het zijn
ook geen wezenlijke soldaten. Het zijn de kinderen
van baas Van Tol, den kuiper. Zij spelen met elk-
ander op het plaatsje, achter de kuiperij. Bertus,
de oudste jongen, slaat zoo dapper op de trom,
alsof hij al een heele tamboer was. Hij is er nog
wel wat klein voor; maar daarom is hij ook op
een waschtob gaan staan. Dat maakt hem in eens
heel wat grooter. Kleine Piet is een dragonder.
Hij heeft een ouden hoed van zijn vader opgezet. "
Gelukkig, dat de hoed zoo gedeukt is. Hij zakte
den dreumes anders nog over de ooren. Zie hem
eens flink te paard zitten, op een ouden paraplu-
stok, en wat stevig houdt hij zijn houten sabel vast.
Treesje speelt voor marketentster. Zij heeft een
korfje met eetwaren op den rug, en nog een
klein mandje, zeker met versnaperingen, staat
naast haar op den grond. En wien heeft zy daar
op den schoot? Wel, ziet ge dat niet? Dat is de
vaandeldrager. Die kan nog niet heel goed staan
of loopen, maar hij wil toch zoo graag meedoen.
Hij doet zelfs nog meer dan het vaandel dragen.
Hij blaast ook van tijd tot tijd op de trompet.
En dat doet hy zoo grappig, dat de tamboer van
m