Boekgegevens
Titel: Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1899
9e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7058
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201559
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een trapje hooger: leesboek voor de lagere school (het tweede der nieuwe serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Heb-je veel plezier gehad? Vertel eens, hoe het
je vandaag gegaan is.""
„Dan zeide ik u alles, en gij verteldet mij allerlei
mooie paardenhistorietjes, die gij van uw groot-
moeder gehoord hadt. En dan hadden wij allebei
zoo'n schik! Maar nu! Neen, paardje, je bent niets
aardig meer."
■— „Hondje, dat begrijp je zoo niet. Ik ben wel
heel aardig, anders zou ik niet Mijnheers rijpaard
geworden zijn. Ja, dat is waar ook, dat weet je
nog niet eens. Denk eens, ik ga sedert een paar
weken, eiken dag, met Mijnheer uit rijden."
— „Ha zoo, vriendje! nu kan ik begrijpen, waarom
je niet meer om mij geeft. Ja zeker, een rijpaard
en een klein, arm hondje, dat maar achter de scha-
pen loopt, dat is een groot onderscheid. Maar aardig
is het toch niet van jel Denk eens, hoe lang we
mekaar al wel kennen. En nu doe je net, of je mij nooit
hadt gezien. Neen, paardje, je bent hoogmoedig!"
' — „Maar, best hondje, denk toch eens goed na. Past
het nu voor een rijpaard, om met een herdershondje
om te gaan? Wat zou Mijnheer daarvan denken?"
— „Ik wil je niets meer verwijten, paardje. Maar
er is een tijd geweest, dat de jongeheer alle dagen