Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
Een tafelmes ia een mes, dat men aan tafel gebruikt.
Ga zoo eens door met de volgende.
Ken overjas is een jas, die----Een fruitboom is....
F:en lakenfabriek is---- Eene steenvrucht is----
Een winterjas is--------Een wijnkelder is----
Een zwemvogel is____ Een korenmolen is____
Een snoeimes is________Een windmolen is....
Een inktkoker is________Een waterinolen is----
Ken bloemtuin is--------Een roofvogel is----
Kene veldbloem is .... Een zangvogel is ....
Een jachthond is .... Een boekwinkel is ...,
Een doofstomme is---- Een wijnglas is....
Breid hel volgende uit tot een verhaaltje.
Antoon was loopjongen bij een winkelier. (Zeg, wie
Antoon 'was ; dat hij thuis menigmaal kleinigheden had
weggenomen; dat zijne ouders zulks niet geweten had-
den.) Na een paar weken begon hij heimelijk eenige
centen uit de lade te nemen, later ook zilverstukjes.
Hij werd ontdekt. (Hoe? De winkelier had het eens
toevallig bemerkt. Of wel: De winkelier, die aan de
eerlijkheid van Antoon be^fon te twijfelen, had een tee-
ken gemaakt aan de geldstukjes in de lade.) Hij werd
weggejaagd en kon geen dienst meer krijgen.
'T'm Plaats de cursieve zelfst. naamw. in het meervoud.
Gij zult wel zien., dat nu ook de werkwoorden en sommige
andere ivoorden veranderd )noeten worden.
De koopman heelt zijnen Itediende weggezonden, omdat
deze zich aan oneerlijkheid had schuldig gemaakt. Deze
stad is met een omringd. gezang nach-
tegaal streelt ons oor. De kraai bouwt haar nest in den
top van een hoogen boom. De soldaat is gewapend met
een geweer, een sabel, en een bajonet. Een jong schaap
noemt men lam, een jong paard heei veulen, en een jonge
koe wordt kalf genoemd. De vlag wappert van Mentoren
der kerk. Een ijzeren schip drijft even goed als eene
kleine houten schuit. Dit voetpad schijnt weinig begaan
te worden. De kikvorsch, de pad en de hagedis behooren
tot de amphibieèn of tweeslachtige dieren. De visscher