Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
f Plaals de werkwoorden in den onvolmaakt ver-
leden tijd.
De tijding verspreiden angst en schrik in de stad. Jezus
lijden en sletten om onze zonden. De tuinman huigen en
snoeien het jonge boompje. De zieke zuchten en kennen
luidop. De hond leiden den blinde. De overstrooming
aanrichten groote verwoestingen. De wind drijven de wol-
ken voor zich uit. De sneeuw beschutten de planten tegen
den vorst. De herder hoeden de schapen. De wind wak-
keren de vlam aan, het water blusschen ze uit. De Engel-
bewaarder geleiden ons en behoeden ons voor vele gevaren.
De gids gaan voorop en ivijzen den weg. Gij verwijten
mij een misslag, dien gij zeU bedrijven. Gij volhouden
niet, daarom gelukken u niets. Hij veinzen niet te liooren,
wat ik hem gebieden. De booswicht schamen zich over
zijne euveldaad. Hij schelden , razen en tieren vre(;selijk.
De gierigaai-d stellen zijn geluk in zijne schatten. Hij
reizen naar Home en keeren eerst na eene maand terug.
Wij verwachten de terugkomst van vader. (Üj staan te
laat op.
Tfi^, Plaats 7111 ook bovenstaande werkwoorden in den
volmaakt verleden tijd.
T^O- Men noemt een huis bouwvallig, wanneer het
... Wie ..., is nieuwsgierig ; maar wie ..., is weetgierig.
Een ongeluk komt onverwachts, wanneer---- Iemand is
verminkt, wanneer hij____ Ondanktmar is hij, die ....
Onmatig noemt men een kind , dat .... De kerk noemt
men ook w^el____ Stedelingen zijn menschen, die----
Wij noemen eene daad pnjzenswaardig, wanneer zij----
Krankzinnig beteekent hetzellde als---- Een voorwerp
is doorzichtig, wanneer____, zooals bijv..... Men zegt
dat iemand in zijne verwachting teleurgesteld is, wanneer
hij____ Een boom vellen beteekent---- Het \ee drenken
wil zeggen____ Hoornvee noemt men----, zooals----
Een kind is kleinzeerig, wanneer het---- Een reisgenoot
is iemand , die ... De zee is onstuimig , wanneer zij ...
Vredelievend is hij , die ....