Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
2" Persoon. Eert ... vader en . .. moeder, opdat het
... welga. Kinderen, ... weet in . .. leeftijd nog niet,
wat het voordeeligst is , daarom moet . .. naar den raad
... ouders en oversten luisteren. Wat ... in ... jeugd
niet zaait, zult ... in... ouderdom niet maaien.
3 Persoon. Daar is vader! ... is van ... reis terug-
gekomen. De luiaard, van wien wij spraken, is thans
doodarm; nu beklaagt ......bitter, den goeden raad
niet opgevolgd te hebben, dien......zoo dikwijls ge-
ge\r.n heeft; nu zou ... den tijd terugwenschen, dien
... rertijds verkwist heeft. De H. Maagd bemint die
... ijprecht vereeren; ... verkrijgt ... alles i)ij ... (lod-
delijken Zoon; ... beschermt ... dienaren in de gevaren,
waarin......bevinden, en staat . . . vooral in ... laatste
uur ter zijde. Koep uwe makkers en zeg ... dat . . .
... werk moeten voortzetten ; wanneer......goed ge-
maakt hebben, zal ik ... eene belooning geven. Roep
ook uwe zusters, en zeg ..., dat ik ... hier verwacht.
Mijne jongste zuster moet in ... kamer blijven; ... heeft
... voet erg bezeerd ; . . . verveelt .. . zeer, daarom houd
ik ... gezelschap.
T'-i. Handel met de volgende ztmien ah in N 49.
De tranen vloeiden hem uit de oogen. Ik kon mijne
oogen niet meer open houden. Willem gaf den brui
van het visschen. Men moet zijn woord houden. De
zieke was aan de beterhand, maar is weer ingestort. Ik
weet geen raad meer. De knecht moet zijnen meester
onderdanig zijn. Toen hij thuis kwam, vond hij den
hond in den pot. Gelukkig, dat het water niet zeld-
zaam is. De hond bemint het gezelschap van den mensch.
Die man is een slaaf zijner driften. De jacht is zijn
geliefkoosd vermaak. Hij heeft zich in het verderf ge-
stort. Vergeld geen kwaad met kwaad. Alles loopt mij
tegen. De gevangene \verd op vrije voeten gesteld. Wie
met pik omgaat, wordt er mee besmet.