Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
Eva. Hij telt eeue rekening op. De zieke neemt een
cirnnkje in. De priester onderi'icht het volk. De koning
bestuurt het land.
Bezig de volgende woorden in goede zinnen,
gestaakt, gestrand, gestadig, scliuw, ontoereikend, over-
tollig , verslagen, ontslagen , ongeschonden , beklant,
gretig, afzichtelijk, verzengd, eenstemmig, beschaafde
verkleumd , spraakzaam, ondiep.
VOORBEELD. Lan^s de kusten van ons vaderland is de zee
np sommige plaatsen zeer ondiep.
Vervang de tnsschen haahjes gejdaafsfe ivoorden
door een persoonlijk voornaamwoord, en zet in de jtlaafs
der jïunfjes een l)ezittelijk voornaamwoord.
De duisternis van den nacht begint te verdwijnen. De
dageraad breekt aan, de zon komt op. Spoedig zendt
(de zon) .... stralen uit, om overal de slapers te
wekken. De eerste straal valt door eene spleet in het
hoenderhok. De haan slaat met____vleugels en kondigt
door----gekraai den dag aan. De hoenders verlaten
aanstonds .... roesten; (de hoenders) begeven zich al
kakelend naar de binnenplaats om .... ontbijt te ont-
vangen. De tweede straal verrast den leeuwerik in ....
nest. Aanstonds verlaat (de leeuwerik) (zijn nest), stijgt
in de lucht en zingt den Schepper .... morgenlied. De
derde straal dringt door in het leger van den haas. Fluks
springt (de haas) op , hup[)elt vroolijk naar de weide en
vergast (den haas) aan de malsche klaver. Een vierde straal
slui})t in de duiventil. Nauwelijks worden de duiven het
licht gewaar, of (de duiven) verlaten.... schuilhoektjes •
(de duiven) reppen de vleugels en vliegen te zamen naar
den akker, waar het ontbijt (de duiven) reeds wacht.
Eene vijfde straal wekt de werkzame bij in .... korf.
(de bij) aarzelt geen oogenl)lik; (de bij) jjoetst .... vleu-
geltjes en vliegt gonzend het veld in. Eindelijk dringt
de laatste straal door de gordijnen van het l)ed <les lui-