Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
hebt gij u zoo lang schuil gehouden? Die onvoorzichtig-
heid berokkende hem eene ernstige ziekte.
Vul het volgende aan.
De
gierigaard haakt naar
. De zieke verlangt naar
____ De l)anneling verlangt naar ____ De vermoeide
werkman verlangt naar____ Alle menschen verlangen ....
De knecht handelt volgens .... Het dier handelt uit
____ Men geeft iemand een geschenk uit ____ Men
vergist zich dikwijls uit____ Sommige kinderen liegen
änderte uit .... Wij studeeren om____ Men
. , naar de school om ....,
uit ..,
gaat naar de
naar bed om ...
bidden voor ....
Wie kwaad doet ,
trekken tegen . .
of wegens
wegens ____
dadig jegens
markt om
.... ^Fen kan bidden oin____ .Men kan
.. of . ... De soldaat vecht tegen____
handelt tegen .... Vele vogels ver-
Iemand kan thuis blijven wegens
. De beschuldigde werd veroordeeld
Men moet dankaar zijn jegens ...., mild-
..., beleefd jegens ....
Maak zinnen, waarin de uitdrukkingen van X 1
als voorwerp voorkomen. Let op de veranderingen.
Ik steek de lamp aan, bcteekend hetzelfde als:
de lamp wordt door mij aangestoken. In ])laats van : de
mt'tselaar bouwt het huis, kan men ook zeggen: het huis
wordt door den metselaar gebouwt.
Zet nu ook de volgende zinnen eens aldus om.
De boer maait het graan. De zon verlicht en ver-
warmt de aarde. De boom brengt vruchten voort. Gij
verliest het spel. De jager schiet hazen en konijnen.
God beloont onze goede werken. De oorlog maakt vele
menschen ongelukkig. De Engelbewaarder beschermt
ons. Het paard trekt een zwaren wagen. (ïod ziet ons
overal. De dokter bezoekt den zieke dagelijks. Ik schrijf
een langen brief. De knecht brengt het paard naar de
weide. Vader roept mij. De meid wascht het linnen.
Uwe ouders beminnen u hartelijk. De duivel verleidde