Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
leeren. Geen sterveling kan den dood ontgaan. Zijn laatste
uur is geslagen. Wie niet wil hooren, moet voelen.
Die man is mijn schuldenaar. Jantje is moeders Benjamin.
De winter staat voor de deur. Onberekenbaar is de schade,
<lie de veldmuizen den landman somtijds berokkenen.
r><>. Vet^ang het cursieve voornaamwoord door een
zelfst. naamw.
Zij is onsterfelijk. Zij ontvangt haar licht van de zon.
Hij veroordeelt den scliuldige. //y is het verl)lijf der
gelukzaligen. Zij komt in het Oosten op. Hij drenkt
de aarde. Hij wint met hard werken den kost. Het gaat
voorbij als een schaduw. Zij zijn het sieraad onzer
tuinen. Wij moeten he)n door onze goede werken ver-
dienen. Het is een zinnebeeld der zachtmoedigheid. Hij
is het hoofd der gemeente. Zij verhefl'en hunne kruin
tot in de wolken. Ztj is den mensch onontbeerlijk.
Niemand vertrouwt hem. Wij kunnen ze overdag niet
zien. Kinderen moeten hun gehoorzamen. Zij is meer
waard dan schatten. Hij brengt den winter slapende
door. Het verandert door de warmte in damp. Wij zien
hem van bloem tot bloem fladderen. Zonder Aoaï'kan de
mensch niet leven. De rijken moeten h-en ondersteunen.
Voor hem is de dood niet vreeselijk. Zij is het schoonste
sieraad der jeugd.
Vul de bijvoeglijke naamwoorden aan.
Met laf.... en moedeloos.... soldaten behaalt men
^eene overwinningen. Het guur---- jaargetijde nadert
met rasch____schreden. Hij heeft eene lief. . .. woning
met een klein____ doch net... tuin. Knap.. .. werk-
lieden vinden overal werk. Waarom hebt gij zulken
duur.... wijn gekocht.^ Wij zakten tot over de tmkels
in dien w^eek____grond. Onder grof.... kleederen klopt
dikwijls een edel hart. Gij geeft mij een half.... gulden»
en ik heb u een heel____gevraagd. Het is moeilijk met