Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
's Zondags draag, is mijn----kleed. Eene broek, die ik
alle dagen draag , is mijn .... broek. Een leest, dat elk
jaar gevierd wordt, is een ----feest. Tabak, die uit
Amerika komt, is ---- tabak. Staal, dat in Engeland
gemaakt wordt, is .... staal. Wie in Nederland geboren
is, is een .... Wie in Frankrijk geboren is, is een ....
Wie in Duitscbland geboren is, is een____ Wie in Spanje
geboren is, is een .... Wie in Italië geboren is, is een ....
Wie in China geboren is, is een____ Wie in Rusland
geboren is , is een .... Wie in Indië geboren is, is een ....
'i^ï. Plaats de cursieve zelfst. naamw. in het enkeUo'dd
en lef op de t^erandering.
De stralen der ondergaande zon kleuren de foppen van
gindsche hoornen met puperen tint. Kauwen en uilen
wonen gaarne in oude torens, 's Zomers is het aangenaam
in dichte hosschen te wandelen , en uit te rusten in de
schaduw van statige eiken, van lommerrijke beuken of wm
wilde kastanjehoomen. Sommige vogels maken hun nest in
hooge boomen. De arme gevangenen konden in de duistere
gangen niets onderscheiden. Rijke oogsten beloonen de
moeite der vlijtige landlieden. Kwade/;onrfen worden gewoon-
lijk met ijzeren kettingen aan hunne hokken vastgemaakt.
AVij brachten de lange winteravonden bij onze vrienden door.
De klank der zilveren schijven is de aangenaamste muziek
voor de rijke gierigaards. Vader heeft de oude pereboomen
uitgedaan, en mooie jonge kersebootnen daarvoor in de plaats
gezet. Mietje pronkt met hare mooie zijden kleedjes. De
veldheer prees de d'^\y\)ere krijgslieden, die het eerst de
hooge mwren beklommen hadden. Geleerde rerrü/ens hebben
de hoogte van deze bergen berekend. De wijnflesschen werden
door de onvoorzichtige knapen omgestooten.
Karei., Een jonge muis, een nieuwsgierig ding,
zag eens een muizenval. Zij spotte er mee. (Laat het
muisje spreken.) Zij zou wel zorgen,
zich niet te laten