Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
laars moet gij naar den schoenmaker brengen. Wanneer
heeft de knecht de courant gebracht ? Zulk eene lijn kan
ik zonder liniaal niet trekken, ^\^elk vers hebt gij uwen
broeder voorgelezen ? De landkaart hangt tegen den
muur. Aan de poort van het paleis bemerkte ik een
schildwacht. De knecht spant het paard voor den wagen.
Deze roos heb ik voor mijn zusje geplukt. Het paard
wordt door den knecht voor den wagen gespannen. Deze
boom is door den bliksem getroffen. Den brief zal ik
aanstonds bezorgen. De kat heeft ongetwijfeld het vogeltje
opgegeten. Lustig dartelde het vischje in de beek. Die
som moest de jongen nog eens overmaken. Dezen nacht
heeft een hevige storm den lindenboom voor ons huis
omgeworpen. Heeft de meid de boodschap al gedaan ?
Het vuur is aan, beteekenf: het vuur is aange-
stoken. De diligence is weg = De diligence is weg^ere^/en.
Vul nu ook het volgende eens aan.
Ik heb mijn boek uit. De pijn is over.
De lamp is uit. Tante is over.
Mijn papier is op. De turf is op.
Mijn boterham is op. De lamp is aan.
Gij zijt vandaag vroeg op. De trein is reeds weg.
Hij heelt zijn hoed op. De trein is aan.
Ik heb mijn daagsch pak aan. Mijn werk is af.
De zomer is voorbij. Dit horloge is achter.
Is de knecht al terug? Vader is uit.
De haas is Aveg. De vogel is weg.
Het bier is op. De zon is op.
De oogst is binnen. Is de brief al weg ?
-4.3. Vervang de punten door ee7i lidwoord enr?// de
bijvoeglijke naamw. aan.
Breng____oud., mantel naar----kleermaker. Tegen
.... einde van .... zomer heerscht er .... groot.. drukte
op ____ akker.....reiziger wil met----eerst. , trein
vertrekken.....jongen slaat----stug,, ezel met . , . dik. .