Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
IG
Een oud , doof vromvtje zat bij den haard. Met een vlug
paard vordert men vrij wat meer dan met een tragen os.
Dat was een dom antwoord. Een bodemloos vat is een
vat zonder bodem. Een wreed hevel was het, dat hem
hierheen riep. In een groote stad vindt men ook wel
een nauw en morsig steegje. Een vrij uur is voor mij
iets zeldzaams. Een braaf en deugdzaam kind is de
vreugde zijner ouders en meesters. Op een glibberig
pad moet men behoedzaam voortgaan. Een vurig gebed
vermag veel. Met vastenavond slachten wij de vette
gans. Een zwaar stuk hout viel vlak voor mij neder.
Een lief tuintje lag naast den weg. Het Avas een mooi
presentje., dat ik gisteren ontving. Een licht voorwerp
drijft op het water. Een leugen is nooit geoorloofd.
Het schip bevond zich in de nabijheid der kust.
Voeg een zin als bepaling bij het onderwerj).
Een man , die____, heet schoenmaker. Leerlingen , die
... ., maken weinig vorderingen. Leerlingen nuiken
gewoonlijk goede vorderingen. Leerlingen,.. . ., worden
gestraft. Leerlingen ,____, worden beloond. Een leerling,
____, handelt verstandig. Een leerling ,____, handelt dAvaas.
Een koopman,____, zal niet rijk Avorden. De pijnen,
____, zullen eeuwig duren. Boomen ,____, heeten fruit-
of ooftboomen. Vogels ,____, heeten trekvogels. Vogels,
____, heeten roofvogels. Een akker ,.,., zal geen
vruchten voortbrengen. Een kind,____, veroorzaakt
zijnen ouders veel verdriet. Vrienden,...., moeten wij
schuwen. Een boom moet gesnoeid Avorden. Voor-
Averpen,____, moeten aan den eigenaar terug gegeven
Avorden. Een tuin ,____, zal Aveldra vol onkruid staan.
Zet voor het cursieve het tegenovergestelde in de
plaats.
Een vroolijk gelaat. Een kortstondig vermaak.
Troebel water. Eene volle flesch.
Een vette grond. Glad ijs.
Eene lichte kleur. Een zachtmoedig man.
Eene lichte taak. Eene stompe punt.
Eene betrokken lucht. Eene vlugge beAveging.