Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
Een eierkoek is____
Eene rustplaats is____
Een melkboer is____
Kalfsleder is ....
Een nachtvlinder is ..
Een vloerkleed is ....
Eene groenvrouw is .
Een speldenkussen is
Een hoefijzer is ....
Een boomvrucht is ..
Een vischnet is____
Eene kindermeid is .
Hoe kan tnen het cursieve nog anders zeggen ?
De wijsheid van den Schepper vertoont zich in al zijne
werken. De toren van de kerk steekt hoog boven de
huizen van hef dorp uit. De tijding van den dood van
den koning verbreidde zich met de snellieid van den bliksem.
Wie het loon van de werklieden achterhoudt, haalt zich
de wraak van God op den hals. De hoofdstad van Frank-
rijk heet Parijs. De kerk is het huis van den Heer. De
boeken van Maria en de schrijfl)oeken van Hendrik zien
er slordig uit.
V'j// het volgende aan..
De sterren des____schitteren aan het .... De sterkte
des____bedroeg 20.000 man. De----ondervindt overal
de knagingen des---- De warmte der----doet de plan-
ten ____ en de vruchten____ De straten der----zijn
geplaveid. De prijs der .... stijgt, wanneer de oogst----
De jaren der____zijn de schoonste des.... Wij kunnen
door onze gebeden en .... de zieh^n des .... uit hare
pijnen____ Een Engel des____bewaart ons van het eerste
oogenblik onzes____ D«' stral" der____zal niet uitblijven.
Vnl aan.
Wie niet kan zien, is .... Wie gaarne leert, is ....
Wie niet wil doen, wat heni geboden wordt, is ....
Wie niet kan hooren of spreken , is ---- Wie altijd
bereid is om anderen een dienst te bewijzen, is----
Wie anderen van liet zijne mededeelt, is----Wie zijn
geld nutteloos uitgeeft, is ____ Wie altijd rechtuit de
waarheid zegt, is____ Wie deel neemt in hel lijden van
anderen, is____ Wie alles wil zien, hooren en weten,
is____ Wie veel van anderen kan verdragen , is----