Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
D2
werkzame mier kan den fragen mensch tot voorbeeld strek-
hen. De gracht langs onze woning is zeer diep. Zijn
broeder is thans bediende bij een aanzienlijk heer. Onze
dienstmaagd is overleden. De krijgslieden dienen het va-
derland en den vorst. Dit katoen is gekocht tegen dertig
cent de el. Doe aanstonds, wat u bevolen is. De held
is onversaagd in den strijd. De weldaden, die gij van
uwe ouders genoten hebt, zijn zoo menigvuldig , dat gij
hun daarvoor nooit genoeg erkentelijkheid kunt toonen.
Wie Gods geboden niet nakomt, zal hier ol' hiernamaals
de straf niet ontkomen. Er bestaat geene grootere vreugde
voor deugdzame ouders, dan te zien, dat hun kroost den
weg der deugd bewandelt. Noodlijdende menschen hebben
de ondersteuniïig van anderen noodig. T)e misdadiger \\ erd
naar den kerker gmrnerd. Het varken is een der morsigste
dieren. Ik wensch u alle heil op uw geboortefeest. De
schade., die de overstrooming aange^ncht heeft, aanzien-
lijk. Onze troepen hebben gezegevierd^
Bezig de volgende uitdrukkingen in goede zinnen.
voor geld tegen wil en dank
met geld bij den smid
zonder geld bij de stad
in het vaderland bij de hand
voor het vaderland bij toeval
aan den muur niettegenstaande het
in den muur slechte weder
door de koude van harte
tegen de koude bijtijds
VOORBKELD. Jls iemand ons beleedigd heeft, moeten wij hem
van harte oergeoing schenken.
1<>. IHaats in de volgende zinnen het onderwerp in
het u%ee}*voud en lel 0]t de veranderingen, die daardoor
noodzakelijk worden»
In den winter lijdt de arme dikwijls groot gebrek.
Tegenover ons huis ligt eene weide. Op zijn broek stond
een groote lap. In welk land van Europa groeit de
oranjeappel? Waarheen gaat de jager met zijn geweer?