Boekgegevens
Titel: Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1881 *
7e dr
Opmerking: 1e cursus
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201552
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Stelvaardigheid, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen ter herhaling en uitbreiding van Taal en stijl
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
Men zal u uwen misslag vergeven. Wanneer'^
De zieke zal genezen. Wanneer 9
De zieke genas niet. Waarom niet?
Het vriest zoo hard. Hoe 9
Men zal u gelooven. Wanneer ?
Men zal u niet gelooven. Wanneer ?
Men steekt de lamp aan. Waarom 9
Men steekt de lamp aan. Wanneer 9
De tuinman buigt liet boompje. Wanneer 9
Wij moeten bidden. Waarom 9
Wij moeten bidden. Wanneer 9
Men versterkt eene stad. Met welk doel 9
Adam en Eva werden uit het paradijs verdreven. Waarom 9
Het water verandert in damp. Wanneer 9
Wij moeten altijd tot den dood voorbereid zijn, Waaro)n 9
De vruchten vallen van zelf af. Wanneer 9
v.ooiu^eelu. I)e lamp gaai uit (\m.djit er-geen olia mf^r in ii.
13, Iets, wat (geheel rond is, vergelijkt men met een hol;
wat geheel zwart is, met pik of kool, en men zegt: zoo rond
als een bol, zoo zwart als kool.
Doe ook zoo met het volgende.
Zoo wit als ... Zoo droog als ..
Zoo valsch als
Zou scherp als
Zoo groen als
Zoo zoet als
Zoo helder als
Zoo bitter als
Zoo zuur als ...
Zoo taai als ...
Zoo doorschijnend als.
Zoo hard als ...
Zoo fijn als ...
Zoo trotsch als ...
Zoo week als ...
Zoo dom als.
Zoo recht als .
Zoo slim als .
Zoo koud als.
Zoo heet als.
Zoo stijf als .
1-A, Breid het volgende uit tot een verhaaltje.
Een jong paard werd voor de eerste maal afgereden.
( Waar en wanneer dit plaats had.) Een onvoorzichtige jon-
gen loopt er naast. De boer waarschuwt hem. Hij wil
niet luisteren. Eensklaps verschrikt het paard, {waar-
van 9) slaat achteruit en raakt den jongen tegen het been.
Het been is gebroken. Hij wordt naar huis gedagen.
Het been wordt gezet. Hij moet zes weken te hed blijven
en lijdt veel pijn.