Boekgegevens
Titel: Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Auteur: Obermüller, L.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1878
Utrecht: P.W. van de Weijer
2e verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6997
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201550
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
■JliJ»
Seite.
Gij begint dat verkeert.
Gij schrijft een goede hand.
Mijn oom is naar het leven geschilderd.
615 Ik heb nu niet veel tijd.
Ik stik schier van het lagchen.
Gij zijt verkouden geworden.
Ik ben weêr verkouden geworden.
Waart gij maar vroeger gekomen.
620 Hij heeft het hoogste lot gewonnen.
De Rijn is digtgevroren.
Ik kan mij hem niet herinneren.
Dit zijn welgestelde (gegoede) menschen.
Mijn neef heeft een goeden post(isgoedfj;eplaatst).
625 Deze spraakkunst (spraakleer) wordt voor de
beste gehouden.
Zich dubbel moeite geven.
Ga uit mijne oogen.
Hij is eensklaps blijven staan.
Ik zal u dat afwennen.
630 Hij heeft die gewoonte (hebbelijkheid) afgelegd.
Zich op iemand beroepen (verlaten).
Ik ben dat met u eens.
Wij hebben alles onder elkander uitgemaakt
(zijn het over alles eens geworden).
Ik ben u dankbaar daarvoor.
635 Datdoetmij pleizier(brengt mij in een goede luim).
Iemand iets laten kijken.
Het met iemand eens zijn.
Zich in een boek verdiepen.
Op straat rondloopen.
640 Op straat zijn.
Dit paard is honderd gulden waard.
Men moet het niet zoo naauw nemen.
Ik heb het niet met opzet gedaan.