Boekgegevens
Titel: Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Auteur: Obermüller, L.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1878
Utrecht: P.W. van de Weijer
2e verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6997
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201550
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Seite.
Ik was bijna gevallen.
Gii hebt goed spreken,
Gij moogt zeggen wat gij wilt
515 Hij heeft zijn been gebroken.
Hij woont in de hoofdstraat.
Mijn kamer komt uit (heeft het uitzigt) op
den tuin.
Wij wonen aan den voorkant.
Ik kan paardrijden.
520 De tijd valt lang. Niet waar?
Zijn brood verdienen (winnen).
De tafel dekken.
De tafel afnemen.
Kofij, thee, enz., drinken.
525 Iemand de deur uitzetten.
Gaat gij meê.
Wie 'took wezen mag.
Hoe rijk hij ook mag zijn.
Ik eet gaarne (houd veel van) soep.
530 Hij speelt gaarne (graag).
Zij is heel naarstig.
De hoeveelste is het van daag?
De eerste — De elfde.
Tegen elf ure
535 Een brief van den zestienden Mei
't Is mooi weêr.
De zon schijnt.
't Is donker. Ik kan niet meer zien.
't Is hier een duur leven.
54.0 Iemand vraagt naar u.
Wij wachten op u.
Ik geef er niets om.
Ik kan 'tniet helpen,
Ik heb er geen schuld (part noch deel) aan.