Boekgegevens
Titel: Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Auteur: Obermüller, L.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1878
Utrecht: P.W. van de Weijer
2e verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6997
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201550
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
410 't Is heel vochtig.
Het weêr is somber (mistig),
't Is een dilike mist
Men ziet geen twintig passen voor zich.
Hoe vaart gij ?
415 Hoe staat het met uwe gezondheid?
Ik ben gezond, God dank!
Hij is niet heel wel.
Zij is ongesteld, lijdend.
Zij is ziek geworden.
420 Wacht u voor kou vatten.
Ik ben heesch. — Ik hoest.
Ik heb hoofdpijn — keelpijn.
Ik heb tandpijn gehad.
Ik ben verkouden.
425 Hij ziet er goed (gezond) uit.
Zij ziet er niet goed uit.
Zij heeft eene zwakke gezondheid.
De koorts verlaat haar niet.
Hij werkt veel (is zeer vlijtig.
430 Hij is een knappe (ijverige) werkman.
Hij is onvermoeid.
Hij doet zijne dingen zelf.
Ik heb dringende bezigheden.
Ik ben den ganschen dag bezig.
435 Hij werkt er hard voor.
Hij gaat langzaam te werk.
Hij legt de handen in den schoot.
Hij is tamelijk lui.
Gij zijt een luiaard (leeglooper).
440 Hij heeft den ganschen ochtend niets gedaan.
Hij slentert den heelen dag rond.
Hij moest negen uren daags werken.
Goeden dag. Goeden avond, mijnheer.
Ik wensch u goeden morgen.
5